Conferentie 45+
Staatssecretaris Aboutaleb wil 70.000 werklozen van 45 jaar en ouder aan een baan helpen. Hij sprak deze ambitie uit op een landelijke bijeenkomst voor arbeidsbemiddelaars. De staatssecretaris laat zich niet ontmoedigen door de economische crisis.
Hoe helpen we nóg meer getalenteerde 45-plussers aan het werk? Die vraag stond centraal op de Conferentie Talent 45+ in het Amsterdamse Pakhuis de Zwijger.
Een Prospektor/BKB-productie. November 2008.
Ruim 200 uitvoerders van bemiddeling- en reïntegratieactiviteiten binnen gemeenten, CWI en UWV namen deel aan een netwerkbijeenkomst om kennis en best practices met elkaar te delen. De dag bestond uit een groot aantal workshops rondom opmerkelijke en creatieve initiatieven die her en der in het land ontwikkeld zijn om de doelgroep van 45-plussers aan het werk te krijgen. De conferentie is een initiatief van het Actieteam 45+ van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Het Actieteam 45+ kan terugzien op een aantal intensieve campagneweken. Er is veel publiciteit geweest. De doelgroep 45+ staat volop in de belangstelling.

Want wie de 45 gepasseerd heeft en zonder werk komt te zitten, heeft het vergeleken met de jongere werkzoekenden onevenredig moeilijk. Werkgevers kiezen liever jongere werknemers. De groep ervaren 45-plussers kan daardoor niets anders dan werkeloos toezien. Voor intermediairs als het UWV en het CWI is het een moeilijk bemiddelbare doelgroep. De overheid doet er alles aan om dat te veranderen.
Staatssecretaris Aboutaleb: ‘Werkgevers kiezen in de praktijk vaak voor jonger personeel. Die keuze hebben ze misschien nu nog wel, maar dat zal in de toekomst snel veranderen. Dat wijzen de demografische ontwikkelingen nu eenmaal uit. Het is daarom in het belang van de werkgever om juist nu de eigen organisatie voor te bereiden op de komst van de ouderen. Ouderen zijn relevant voor de toekomst van het bedrijf. Bovendien: Ouderen denken anders, zij dragen bij aan een diversiteit die hartstikke gezond is voor het bedrijf.’
Dat de ideale kandidaat in de eerste plaats “in het team zou moeten passen, vindt Aboutaleb “de domste vereiste die je kunt stellen”. ‘Als je in een team tien economen hebt, zet er dan ook eens een jurist tussen.’
De staatssecretaris merkt op dat er nog altijd sprake is van krapte op de arbeidsmarkt, zelfs ondanks de economische recessie: ‘Er is geen enkele reden om ons te laten ontmoedigen door de crisis. Dat de crisis een tik uit gaat delen, dat is wel zeker, maar vooralsnog zorgt zij hooguit voor ontspanning op de arbeidsmarkt. Er is op dit moment maar één ding zeker en dat is dat in 2009 de economische groei in de Eurozone 0% zal zijn. Maar ondertussen ligt de vervangingsgraad in Nederland nog altijd erg hoog. Vooral in gesubsidieerde sectoren als het onderwijs en de zorg.’
Aboutaleb: ‘Er is de laatste jaren veel gedaan om 45-plussers aan het werk te krijgen. En daarin zijn indrukwekkende resultaten geboekt. Ik zet dan nu ook graag een tandje bij en verleg de ambitie van 50.000 naar 70.000 succesvolle bemiddelingen.’
Vooroordelen
Het komt op de conferentie meerdere keren ter sprake: werkgevers zouden vooroordelen hebben over 45-plussers die niet overeenstemmen met de wekelijkheid. Aboutaleb wijst zijn toehoorders er dan ook op dat juist zij, als intermediairs, over de juiste kennis van de arbeidsmarkt moeten beschikken om de werkgevers van het tegendeel overtuigen. Daarvoor zijn verschillende instrumenten ontwikkeld.
Een uiterst handzaam instrument om werkgevers op nieuwe gedachten te brengen is de argumentenkaart, die op deze conferentie wordt gepresenteerd. Op de kaart worden de gebruikelijke argumenten tégen een 45-plusser omgebogen tot een argument vóór een werknemer uit deze doelgroep. Zo zouden 45-plussers bijvoorbeeld minder gemotiveerd zijn en minder ambitieus. Niet volgens de argumentenkaart. 45-plussers zijn loyaal en wisselen niet telkens van baan. Ook hebben zij meer zelfkennis en zijn zij daardoor realistisch over hun mogelijkheden en ambities.
De staatssecretaris onderstreept echter ook de eigen verantwoordelijkheid van de werkzoekende: ‘Ik heb geen boodschap aan mensen die niet gemotiveerd zijn.’
Ook hier wijst hij op de rol van de intermediair. ‘Soms moet je ook optreden. Het is niet alleen bemiddelen.’ Dat kan volgens de bewindsman op verschillende manieren. ‘Als iemand een baan op de bloemenveiling afwijst omdat het hem niet lukt om vanuit zijn woonplaats met het openbaar vervoer op tijd op zijn werk te komen, overweeg dan eens om hem een autootje te geven in plaats van nóg zo’n peperdure reïntegratiecursus. Maar dan vraagt zo’n gemeente me meteen: “Mag dat dan?” Ik kan op mijn beurt alleen maar denken: “Is dat verboden dan?”.’
Aboutaleb wijst er tevens op dat er soms ook sanctionerend moet worden opgetreden. Hij zegt: ‘Er zijn tienduizenden nieuwe Nederlanders die van oorsprong altijd gewerkt hebben in de agrarische sector. En nu zijn zij terughoudend om in de landbouw te werken. Dat kan ik niet aanvaarden. Ik kan het ook niet aanvaarden als mensen weigeren om Nederlands te leren. Wie weigert te investeren in zich zelf zal nooit veel verdienen en keert zich af van de samenleving. Dat is een zelfverkozen isolement. Soms hoor je dat zij tot slachtoffers zijn gemaakt. Maar waarvan precies? En hoezo eigenlijk? Het is geen uiting van solidariteit om deze mensen een uitkering te geven.’
Aboutaleb: ‘Er ontstaat een nieuwe onderklasse en dat is erg slecht voor de samenleving.’
Uit de zaal komt de kritiek dat door bezuinigingen van de Rijksoverheid de sector niet meer over de middelen beschikt om effectief te kunnen opereren. Die kritiek pareert Aboutaleb met vuur. ‘Er is nog nooit zoveel geld te besteden geweest! Er is meer geld dan ooit. En u zou nóg meer efficiency kunnen boeken door uw back offices uit te dunnen en de mensen aan de voorkant te positioneren. Daar moeten mensen zitten met kennis van de arbeidsmarkt, geen hulpverleners.’
Met deze discussie kreeg een inspirerende conferentie een prikkelend einde. En dat was precies de bedoeling.
Amsterdam, 12 november 2008
