Langer inzetbaar onder grijze druk

De Work Ability Index houdt mensen langer inzetbaar.
Een innovatief instrument dat werknemers inzicht biedt in hun werkvermogen en dat werkgevers helpt om de inzetbaarheid van het personeel in kaart te brengen.

31 maart 2009 | Bestuurders delen ervaring op landelijke kick-off bijeenkomst in DenHaag. BKB organiseerde deze bijeenkomst in opdracht van Blik op Werk. Een verslag.


Gespreksleider Pieter Hilhorst in gesprek met Pieter Jan Biesheuvel, voorzitter van Blik op Werk.

Het Ministerie van Sociale Zaken gaat gebruik maken van de Work Ability Index, een van oorsprong Fins instrument dat werknemers inzicht biedt in hun werkvermogen en dat werkgevers helpt om de inzetbaarheid van het personeel in kaart te brengen. Minister Donner maakt dit bekend bij monde van secretaris-generaal De Leeuw, op een bijeenkomst van bestuurders uit de overheid en het bedrijfsleven. Het ministerie van Sociale Zaken schaart zich hiermee in de snel groeiende groep organisaties die werken met de Work Ability Index (WAI), zoals KLM, IBM en de VO-raad. De Leeuw: ‘Juist in deze economisch moeilijke tijden is het van belang dat werknemers gemotiveerd blijven en duurzaam inzetbaar zijn. Want hoe breder de inzetbaarheid, hoe kleiner de kans op werkeloosheid.’

Het ministerie verwacht dat meer werkgevers het voorbeeld zullen volgen. Sociale Zaken heeft stichting Blik op Werk, de Nederlandse licentiehouder van de WAI, de opdracht gegeven om een breed gebruik van de WAI in Nederland te promoten, als middel om duurzame inzetbaarheid van werknemers te verbeteren. De WAI stelt de werknemer in staat om zijn fysieke en geestelijke werkvermogen in kaart te brengen. Het is een vragenlijst die ingaat op het huidige werk van de werknemer, zijn kennis en vaardigheden, zijn normen en waarden en zijn fysieke en geestelijke gezondheid. De eindscore geeft een duidelijk beeld van het werkvermogen, nu en in de toekomst.

Blik op Werk is organisator van de bijeenkomst. Voorzitter Pieter Jan Biesheuvel kan verheugd constateren dat er veel animo is voor de WAI; de opkomst van de ‘bestuurlijke kick-off’ is groot, ondanks dat de stad Den Haag praktisch verlamd is door de internationale top over Afghanistan. Hij verwelkomt de 130 bestuurders die zijn afgereisd naar het ministerie van Sociale Zaken om hun ervaringen met de WAI te delen of om zich te informeren over deze innovatie in personeelsbeleid.

Alleen minister Donner laat zich excuseren, de zware onderhandelingen over het aanvullende beleidsakkoord hebben zijn tol geëist. Zijn vervanger De Leeuw refereert aan de actuele discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Hij stelt vast dat AOW-leeftijd is achtergebleven bij de gestegen levensverwachting. ‘Nederlanders leven langer, maar werken korter.’ De Leeuw wijst tevens op de toenemende ‘grijze druk’ die rond 2040 ruim 3,5 maal groter zal zijn dan toen de AOW werd ingevoerd. Op korte termijn dreigt weliswaar een hoge werkeloosheid, maar op langere termijn zal als gevolg van de vergrijzing de krapte op de arbeidsmarkt sterk toenemen. ‘De houdbaarheid van de overheidsfinanciën komt daarmee in het gedrang,’ aldus de topambtenaar. ‘Maar met het verhogen van de pensioensleeftijd alleen komen we er niet. We zullen moeten werken aan duurzame inzetbaarheid. De WAI is een instrument dat hieraan een wezenlijke bijdrage levert.’

Een van de sprekers is Lex Burdorf, hoofddocent aan het Erasmus Medisch Centrum. Burdorf gaat uitvoerig in op de achtergronden en de uitdagen van werkvermogen. Hij constateert dat de levensverwachting van Nederlanders weliswaar fors is toegenomen, maar dat er grote sociale ongelijkheid bestaat in de verdeling van die gezondheid: ‘Het verschil in levensverwachting tussen lager en hoger opgeleiden ligt op 6 à 7 jaar. Het verschil in het aantal gezonde jaren tussen lager en hoger opgeleiden is nog groter: 16 tot 19 jaar. Burdorf wijst op de consequenties voor werkende bevolking: Hoger opgeleide werknemers ervaren tot hun 65ste geen noemenswaardige gezondheidsproblemen, maar bij lager opgeleide werknemers komen 13 jaar voor diezelfde leeftijd al gezondheidsproblemen voor. Deze feiten onderstrepen de noodzaak voor gezondheidsmanagement in bedrijven, vooral voor de lager opgeleide werknemer. Bedrijven zullen moeten stilstaan bij factoren die het werkvermogen beïnvloeden, zoals gezondheidsproblemen, een ongezonde levensstijl en slechte arbeidsomstandigheden.

Joeri van den Steenhoven van Kennisland plaats het streven naar duurzame inzetbaarheid in het brede perspectief van het crisisakkoord. Hij waarschuwt echter voor een te eenzijdige focus op de kosten. Volgens hem is de kernvraag: ‘Repareren we het verleden of investeren we in de toekomst.’ Van den Steenhoven verwijst naar economische crisis van de jaren 80. Voor de Finnen vormde de crisis de aanleiding om te investeren in mensen. Dat was mede aanleiding voor de ontwikkeling van de WAI. Van den Steenhoven: ‘Als je weet hoe het werkvermogen van werknemers te verhogen, dan heeft iedereen daar voordeel van: werknemers verhogen hun competenties en krijgen goede werkomstandigheden; werkgevers zien de productiviteit stijgen; en de overheid ziet dat mensen langer aan het werk blijven.’


V.l.n.r. Leo Hartveld (FNV), René Paas (CNV) en Martin van Pernis (VNO-NCW)

Zowel werkgevers- als werknemersorganisaties zijn positief over de WAI. Martin van Pernis (VNO-NCW) noemt de WAI ‘buitengewoon zinvol’. Van Pernis: ‘Alleen al het feit dat mensen nadenken over het werkvermogen zet iets in beweging. Als een werknemer zijn werk leuk vindt, dan is dat goed voor het bedrijf.’ Zijn ervaring bij Siemens is dat het ziekteverzuim hier nóg verder omlaag is gebracht. Slechts 1% heeft een negatieve score.

FNV-bestuurder Leo Hartveld: ‘De WAI heeft een duidelijk nut, het laat zien of iemand op de goede plek zit in een organisatie.’ Hartveld plaatst echter een kritische kanttekening bij het voornemen van de regering de pensioensleeftijd te verhogen: ‘Je hoeft de WAI er niet bij te halen om er een maatregel door te drukken die wij helemaal niet willen.’

Zijn collega van het CNV, voorzitter René Paas wijst op een correcte toepassing van de WAI: Werknemers moeten kunnen meedoen op basis van vrijwilligheid en hun privacy moet zijn gewaarborgd. En werkgevers mogen de uitslag van de vragenlijst niet gebruiken in het nadeel van de werknemer.

Drie ‘early users’, KLM, IBM en de VO-raad, bevestigen het belang van goede arbeidsverhoudingen. Uit hun ervaring blijkt dat de WAI niet werkt wanneer er geen wederzijds vertrouwen is. De WAI heeft ook een signaalfunctie; een gemiddeld slechte score op groepsniveau kan de slechte arbeidsomstandigheden duidelijker aan het licht brengen. Daarom is het van belang dat invoering van de WAI vooraf goed is uitgedacht.

Bij IBM werken ze al 2 jaar met de WAI. Het instrument maakt daar deel uit van een integraal welzijnbeleid, vertelt IBM’er Wilfred Zeldenthuis. Een externe partij neemt voor hen de test af. De werkgever heeft geen inzicht in de exacte uitslagen. Hij weet wel dat zo’n 60% van de werknemers meedoet en dat 75% van de ‘rode scores’ ingaat op de uitnodiging om te praten over de uitslag. Jo Simons van de VO-raad kreeg een totaal andere respons. Van de 24 scholen waar zij de WAI hebben geïntroduceerd deed gemiddeld 40% van de werknemers mee. Voor Simons is dit een indicatie van de mate van vertrouwen tussen werkgevers en werknemers. Een kwart van de medewerkers scoorde een ‘matig’ of ‘slecht’ werkvermogen en loopt een verhoogd risico op voortijdige of langdurige uitval. Van deze groep kwam slechts 10% op gesprek. Simons zoekt de verklaring deels in de hoge werkdruk in het onderwijs. Simons: ‘Het is rennen, stilstaan, rennen.’ En hij voegt daaraan toe: ‘Men gelooft niet dat er iets kan veranderen. Er is een gebrek aan regelmogelijkheden in het onderwijs.’

Het woord is aan de toegestroomde bestuurders. Wat zijn hun conclusies? Sommige werkgevers geven aan dat ook zij klaar zijn om de WAI te integreren in het bestaande personeelsbeleid. De Universitair Medisch Centra zijn enthousiast over de WAI. Anderen maken liever een pas op de plaats. Zij nemen de boodschap van Blik op Werk-voorzitter Pieter Jan Biesheuvel ter harte: “Bezint eer ge begint”. Van Biesheuvel: ‘Zorg dat je weet waarom je de WAI wilt, hoe je ermee wilt werken en vooral: wat de follow-up is op de resultaten. In dat geval zal de WAI zijn nut bewijzen.’